david weber-krebs

Het vleesgeworden woord

24 mei 2007 – Recensie door Gert-Jan Stam

Na ‘This performance’ en ‘Fade out’ komt David Weber-Krebs nu met ‘The words Jonathan said’, het laatste deel van zijn trilogie over de plaats van fictie in het theater. Het verhaal verdwijnt. Beeld blijkt van zichzelf al een dimensie te zijn, net zoals taal betekenissen in zich herbergt.
Weber-Krebs
David Weber-Krebs is een theaterminimalist die graag speelt met zintuiglijke reflexen en denkgewoonten, en daarbij de theaterregels tussen haakjes plaatst. De in 1974 geboren Weber-Krebs ontleent analogieën voor zijn werk aan godsdienstgeschiedenis en sacrale kunst. Hij studeerde dan ook literatuur en theologie in Zwitserland en Duitsland voordat hij in Amsterdam zich aanmeldde voor de Mime School. ‘The words Jonathan said’ komt voort uit zijn fascinatie voor iconen. In de strenggelovige beleving zijn iconen niet alleen afbeeldingen van heiligen, maar ook heilige objecten op zich. Een opvatting die haaks lijkt te staan op die van de wereld en de kunsten, waarin een strikte scheiding bestaat tussen het beeld en wat wordt afgebeeld, tussen echt en schijn. Die kloof bracht David Weber-Krebs ertoe te onderzoeken hoe de overgang van idee naar materie in elkaar steekt.
Interessant daarbij is dat het antwoord wordt gezocht aan de hand van de techniek van het medium theater. Dit is al duidelijk aan het begin van ‘The words Jonathan said’. Het weinige licht in de zaal dooft zoals gewoonlijk uit, maar herrijst dan niet op het toneel. De hele ruimte blijft in duisternis gehuld. De grens tussen publiek en toneel vervaagt. Iedereen zit meteen helemaal in de voorstelling. Dan begint een hoorspel dat Weber-Krebs samen schreef met de Amerikaanse postmoderne auteur Matthew Goulish. Het verhaal gaat over een groepje vrienden dat regelmatig bij elkaar komt om te discussiëren over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van kunst, wetenschap en politiek. Eén van hen, Iwan, bespreekt de benedictijner monnik Jonathan, een epilepticus die tijdens zijn aanvallen profetische voorspellingen prevelt. Z’n kompanen zijn sceptisch.
Tegenover de ideeënwereld van de discussiërende vrienden plaatst Weber-Krebs vier mimespelers. Hannah Hegenscheidt, Diego Gil, Godehard Giese en Manfred Olek Witt kruipen langzaam het toneel op. Een lichtschijnsel is hun baken. Hele scènes uit het hoorspel worden door deze vier performers uitgebeeld; dit gaat van Jonathan in zijn epileptische aanvallen tot de bespiegelingen van Iwan en zijn vrienden. Tegen het eind van het hoorspel kijkt het kwartet het publiek strak aan. Het licht gaat uit en vervolgens wordt het hele theater verlicht. De vier liggen in een cirkel op de grond. Allemaal proberen ze vooruit te komen, en allemaal grijpen ze naar de voeten en benen van de ander om elkaar tegen te werken. Ze zijn een soort perpetuum mobile. Zonder uitweg of vooruitgang.
Hier lijkt te gebeuren wat de maker voor ogen had: de idee wordt materie, het woord wordt vlees. Eerder waren de vier het beeld, nu zijn ze het verhaal. Maar dat is niet alles. Het gezelschap ontpopt zich als een spektakel waarvan de deelnemers zich tegelijk ook manifesteren als perplexte getuigen van het hele gebeuren. Net als het publiek lijken zij evenmin te weten wat volgt. Die versmelting met de zaal wordt nog sterker wanneer het de vrouw lukt om aan de cirkel te ontsnappen. Ze richt zich op en ziet hoe de overige drie de kring sluiten en hun hopeloze geploeter voortzetten. Zij bekijkt het tragische schouwspel dan als een toeschouwer. Heel even is ze onderdeel van het publiek. Maar enkele momenten later gaat ze door de knieën en laat ze zich weer opnemen door de groep. Het hele circus, met zijn gepuf, gezucht en gezweet, vervolgt zich. Tot het licht in het theater echt definitief aangaat, en daarmee ook feit en fictie, toeschouwer en acteur weer uit elkaar worden gehaald.
Deze voorstelling is net zo complex als simpel. De grootste kracht zit in de directe beleving: de intimiteit van het duister, de spanning van de leegte, de resonantie van de stemmen en de beperktheid van menselijk handelen. Maar in dat alles komen ook verschillende dimensies elkaar tegen, wat weer z’n weerslag heeft op hun betekenissen. ‘The words Jonathan said’ voelt bijna aan als een mystieke ervaring.