MOHAMMED EN ZOHRA
Mohammed:
Van 1977 tot 1992 werkte ik in het slachthuis. Dat is hard werken maar het verdient goed. Als er ‘s ochtends vijfhonderd kalveren of duizend varkens zijn, werk je net zo lang totdat het gedaan is. Soms is dat tot vier uur ‘s middags, soms tot acht uur. Je moet snel werken want je staat aan een lopende band. We werkten met tweeëntwintig man. De eerste schiet met het pistool een kogel door het hoofd van de koe. Dan zakt het dier naar de grond. Hij wordt aan zijn achterpoten opgetild. De volgende snijdt de buik open, het bloed komt in een grote pan. Ik heb een keer zo’n haak in mijn achterhoofd gekregen, toen lag ik vier weken in het ziekenhuis.
Ik heb het altijd goed gehad met de mensen op het werk. Mijn baas was als mijn broer, hij haalde mij op en bracht me thuis. Als je werkt ben je gezond. In Marokko had ik een eigen schoenwinkeltje. Ik kwam een week op vakantie naar Nederland. Het was 1977. Mijn vrienden zeiden: kom hier werken. Als het niet lukt ga je terug. Ik was jong, ik had geen kinderen. Ik ben gebleven. Mijn vader en moeder wilden me altijd in Marokko hebben. Als zoon moest ik voor ze zorgen. Vanuit Nederland stuurde ik ze geld. Tot mijn moeder overleed zei ik altijd: dit is het laatste jaar, ik kom terug. Toen zij doodging heb ik besloten hier te blijven. Ik ben getrouwd met Zohra, we hebben vijf kinderen.
Zohra en ik schelen 17 jaar. Onze ouders woonden in Tanger naast elkaar. Zij waren goede vrienden. Mijn moeder heeft altijd gezegd: Mohammed, alsjeblieft, als je wilt trouwen, trouw met Zohra. Je hebt geen andere vrouw nodig. Zohra was haar lievelingetje, als ze als kind bij ons thuis kwam lachte en praatte ze altijd met iedereen. Toen mijn moeder doodging heb ik haar beloofd om Zohra te vragen. Ik ben naar de vader van Zohra gegaan en heb hem om haar hand gevraagd.
Zohra:
Mijn vader heeft het aan mijn moeder voorgelegd en die is met mij komen praten. Ik was in mijn slaapkamer. Ze zei: Mohammed heeft je vader om je hand gevraagd. Je vader wil graag van je horen wat jij nu zegt. Wil je of wil je niet. Ik kleurde rood en ik werd stil. Stil betekent: goed, want als je niet wil roep je meteen: nee! Zijn moeder heeft het goed gezien: wij passen bij elkaar. Ik heb nooit een moment spijt gehad van deze keuze. Als je samen een goed leven wilt hebben moet je niet bij honderd maar bij één beginnen. Je moet het opbouwen, het langzaam laten groeien, dan wordt de band steeds sterker. We hebben nooit ruzie, natuurlijk is er wel eens wat, maar als ik boos ben lacht hij en andersom. Je moet een beetje meegeven. Als twee mensen getrouwd zijn en ze gaan allebei aan de touwen trekken blijft de boot midden op zee liggen. Laat het schip naar een kant zeilen, als het daar niet goed is, keer je gewoon weer om. Als Mohammed iets wil, zeg ik: probeer het maar, doe maar, ga maar. Als het niet goed gaat hebben we pech. Het is altijd gokken. Hij heeft in slachthuis gewerkt, hij heeft op de tennisbaan gewerkt, maar zijn droom was altijd een eigen zaak. Toen heeft hij tegen mij gezegd: ik wil op de markt gaan staan, ik wil het graag proberen.
Mohammed:
Ik stond op de markt met kleding, zijden bloemen, cosmetica, schoenen. Dat ging echt goed. Totdat de euro kwam. Toen kwamen de schulden. De deurwaarder wilde 100 euro. Ik zei: ik kan volgende week betalen. Maar drie dagen later was het 200 euro. Hoe moest ik dat betalen? Ik had geen geld! De deurwaarder heeft ons kapot gemaakt. Ik kon geen 100 euro betalen. Nu ben ik kapot. Ik wil lachen met mijn kinderen, maar wel vanuit mijn hart. Ik heb altijd gewerkt, maar nu heb ik een uitkering. Wat betekent dat? Een uitkering is voor arme mensen, ik heb dat niet nodig. Het is niet goed voor mij. Ik wil werken! Ik zoek elke dag naar andere banen. Maar ik ben 56 en niemand wil mij.
Zohra:
Ik ben sterk. Ik kan echt alles dragen. Maar toen dacht ik: ik kan niet meer. Ik heb tegen hem gezegd: of je kiest voor de markt of je kiest voor ons. Toen is het faillissement aangevraagd. Nu hebben we een uitkering en nog drie jaar schuldsanering. Als alle vaste lasten betaald zijn blijft er per maand nog 124 euro over. Plus kinderbijslag en huurtoeslag. Daar moeten we met zeven mensen van leven. Hoe moet dat? Vroeger had ik wel gedachten over mensen met een bijstanduitkering, maar nu voel ik hoe het is. Of samen zinken of samen bovenkomen, zo hebben wij altijd geleefd. Wij houden van elkaar. Ik voel van binnen: als we nog leven en nog lopen en kunnen zien en geen erge ziektes hebben, dan ben ik heel, heel, heel erg dankbaar. Er is eten en we wonen nog goed, dus wat wil je nog meer.
