De Aanwezige Toeschouwer

Tekst door Jochem Naafs

“Eindelijk alleen, jij en ik. Ik ben alleen als ik dit inspreek en jij als je dit
afluistert. Een eigen plek, nog wat donker, maar je begint te wennen. Je
lichaam komt in een andere toestand. Je begint rustiger te ademen, je
ontspant. Ook je ogen schakelen om: langzaam komen er vormen
tevoorschijn. Wat eerst enkel contouren waren, blijken nu objecten.
Je hoeft niets te doen, slechts te zitten en te luisteren. Sluit nu je
ogen. We gaan opnieuw naar het begin: een kleine, fel verlichte ruimte. Je
wacht af. De wekkers tikken nog steeds. Hoeveel tijd heb je nog? Je kijkt
om je heen en wacht. Een deur gaat open.”
(fragment uit Pauze)

Dit is een tekstfragment uit de voorstelling Pauze die in februari te zien was in
Huis aan de Werf. De bezoeker luistert het via een koptelefoon af als hij
schijnbaar alleen in een donkere ruimte zit. Er is een zekere overeenkomst met
de performances die te zien waren tijdens LISA Live(s). Veel is namelijk juist niet
te zien en wordt overgelaten aan de verbeelding van de toeschouwer. De
toeschouwer moet zich het lichaam van Ivana Müller voorstellen, Cas Enklaars
gezicht, de mogelijke bewegingen van Paz Rojo en de tussenliggende frames in
Volker Gerlings Daumenkinographie.

Eén van de mooiste aspecten van performance is dat het communicatief
is. Het is een dialoog tussen maker en toeschouwer. Zonder de toeschouwer kan
de performance niet bestaan. LISA legt veel van de verantwoordelijkheid bij de
toeschouwer en benadrukt op die manier het belang van de aanwezigheid van de
toeschouwer.

De verbeelding van de toeschouwer
De performances van Ivana Müller die te zien waren voeren dit heel ver door.
Zowel Into the Night als On Belief stellen dat de aanwezigheid van de
toeschouwer in het theater belangrijker is dan de aanwezigheid van de performer.
Müller weet de afwezigheid van de performer tot een onderdeel van een
performance te maken. In On Belief is ze weliswaar duidelijk zichtbaar, maar het
is ook duidelijk dat deze video eerder is opgenomen.

Into the Night
houdt de mogelijkheid van af-/aanwezigheid in eerste
instantie in het midden. Een donkere zaal, de overkant net niet te zien. Een
versterkte stem waarvan de eigenaar beweert achter in de zaal te zitten. Als mijn
ogen aan het donker gewend zijn, weet ik zeker dat dit niet het geval is.
Daarvoor heb ik ook al eens getwijfeld aan de fysieke aanwezigheid van Müller op
het toneel, maar ik heb me haar ook al verbeeld. Ik heb haar in mijn hoofd
gezien. Soms vlakbij het doek, recht voor me. Soms in de hoek, verscholen op
het donkerste punt. En zelfs als ik de hele zaal kan zien, probeer ik me haar nog
voor te stellen. Misschien denk ik maar dat ik de achterkant van de zaal kan zien,
of staat ze net achter het gordijn…

De vraag die dan opkomt is: is de stem überhaupt live, of is ook deze
performance in het verleden voorbereid? Müller laat de toeschouwer zich de
aanwezigheid van een performer verbeelden. Dit lijkt in eerste instantie vreemd,
maar is dat niet waar het in het theater om draait: verbeelding? De maker
verbeeldt iets voor de toeschouwer, maar, misschien nog wel belangrijker, zorgt
voor een omstandigheid waarin de toeschouwer de kans krijgt om zich een
mogelijke wereld in te beelden.

Het ervaren van de aanwezigheid van de performer
Een performance is tijdelijk. Als toeschouwer krijg je een bepaalde tijd de kans
om je te wanen in een wereld die je samen met de performer schept. Als de
performance voorbij is, blijft alleen je eigen herinnering over. Je kunt je proberen
de wereld die daar tijdelijk was opnieuw voor je te zien. Maar zoals Paz Rojo
benadrukt in This Is Love is dit in principe een herinnering aan iets wat er niet
was.

In This Is Love leest Rojo een brief voor aan de toeschouwer. Hierin
benadrukt zij het belang dat ook zij hecht aan de aanwezigheid van de
toeschouwer. De toeschouwer vult in en vult aan. Ook als zij niets zou zeggen,
niets zou doen, zou de toeschouwer een betekenis vinden. De toeschouwer geeft
kleur aan datgene dat zij wel en juist niet doet. Zij heeft als performer de
toeschouwer nodig. Wij zijn de organen van haar lichaam. Hoewel deze metafoor
een oorlog tussen lichaam en organen voorondersteld kunnen wij in het theater
niet zonder elkaar. Twee strijdende kampen die samen iets tot stand brengen.

David Weber-Krebs en Alexander Schellow laten de toeschouwer tijdens
Theatre Miniature alleen in een theaterzaal zitten. Het tweede kamp, de
performer, ontbreekt. Ik zit alleen op een tribune te kijken naar een video. Als
een eenzame bioscoop bezoeker. Ik word me bewust van mezelf, kijk om me
heen en niet alleen naar het scherm. Er is tekst en er is beeld, maar ik mis wat.
Ik mis communicatie, ik ga op zoek naar de ander. Kijk een keer achter me, ik
zoek met mijn ogen achter het doek: het donker in. Ik mis stukken tekst, probeer
me te herinneren wat ik heb gelezen en blijf ondertussen zoeken. Mijn zoeken
wordt beloond. Plotseling stapt een man tevoorschijn. Eén stap lijkt hij te zetten
en ik zie hem. Hij was er al de hele tijd, kon mij misschien zien maar ik hem niet.
Nu zie ik hem wel en ik voel hem. Zijn aanwezigheid voelt goed. Hij doet niets, hij
zegt niets. Maar ik ben niet meer alleen, kan weer met rustiger naar de beelden
kijken, de teksten lezen. Ik kijk heen en weer tussen hem en het scherm, maar
maak mij niet meer druk. Ik hoef niet meer aan mezelf te denken: er is een
ander. Ik ervaar de aanwezigheid van een performer.

De aanwezige toeschouwer
“Nu ben je weer hier, hier bij mij. Eindelijk samen, jij en ik. In één ruimte,
nog wat donker, maar het begint te wennen. Open nu je ogen en kijk. Zet
zo je koptelefoon af en open één van de deuren voor je. Kijk opnieuw: je
bent wakker.”
(fragment uit Pauze)

De toeschouwer kan ontkennen dat wat hij gezien heeft tijdens LISA Live(s)
performances zijn. Vanwege de karigheid van de performances of de fysieke
afwezigheid van de performers. Maar hij ontkent daarmee vooral zichzelf als
(verbeeldende) toeschouwer. Voor mij lag de kracht van de performances die te
zien waren tijdens LISA Live(s) in de manier waarop mij de mogelijkheid werd
gegeven om me dingen te verbeelden. Ik ben onderdeel van het maakproces van
de voorstelling. De voorstelling wordt pas echt gemaakt als ik er ben, omdat ik
mij bewegingen, beelden en geluiden voor de geest haal. Ik zie dingen die
niemand anders ziet, ik hoor dingen die niemand anders hoort. De toeschouwer
ervaart de aanwezigheid van de performer. De toeschouwers ervaring van de
aanwezigheid van zichzelf en de aanwezigheid van de ander zorgt voor de
communicatie die nodig is om de toeschouwer een theatrale ervaring te geven.