Diego Gil

(scroll down for English version)

Tekst door Dirk van Weelden

Ik heb er eens bij mogen zitten terwijl een gitarist op andersmans gitaar, met een vreemde versterker en hem onbekende vervormers zijn eigen geluid zocht. Vinden zou hij het nooit, mompelde hij, omdat dit niet zijn eigen gitaar en installatie was, maar benaderen kon hij het wel. Langer dan een uur tastte hij de verhoudingen af tussen de drie elementen op zijn gitaar en mengde hij hoge, lage en midden-tonen. Hij vlocht precies de juiste hoeveelheden echo, fuzz, sustain, compressie en drive in elkaar tot hij tevreden was. Uiteindelijk maakte de gitaar een geluid dat precies het gewicht, de lenigheid, de scherpte en de kleuren had zodat hij het als een verlengstuk van zijn muzikale zelf kon accepteren.

In dat uur had hij iets in elkaar gezet dat je een akoestisch personage zou kunnen noemen. Een geluid dat een lichaam was. Uniek als ieder lichaam. Een lichaam dat helemaal klaar was om muziek te worden. Wat de gitarist moest spelen in dat uur aan noten en frases om zijn ‘sound’, zijn akoestisch personage te kunnen opbouwen waren losse akoorden en flarden solo. Riffs, abstracte botsingen van geluid, proefnemingen met elementen uit verschillende muzikale idiooms.

Ik had het idee dat hij in dat uur een verhaal vertelde, al was het een verhaal zonder plot. Hij legde iets uit zonder te argumenteren. Hij onthulde iets, zonder dat hij iets beweerde. Het was de mooiste muziek die ik hem ooit had horen spelen.

Diego Gil is een man die met zijn bewegende lichaam in een lege, stille ruimte verslag doet van zijn verlangen naar een ruimtelijk, kinetisch personage. Net als bij de gitarist passeren er herkenbare fragmenten: poses en gebaren uit stomme films, vechtsport, ruzies, liefde, kunstperformances en danstheater. Maar bij elkaar genomen lijkt het op wat de gitarist deed. Stukje bij beetje bouwt hij in aanwezigheid van het publiek een personage op.

Het personage waarnaar Gil verlangt kan ervaringen, emoties en inzichten overbrengen zonder theater, danskunst of symbool te hoeven worden. Een lichaam dat een verhaal oproept zonder tekst en zonder plot. Een uur lang verandert de persoon Diego Gil in een vierdimensionale sculptuur die hij assembleert uit zijn eigen lichaam en zijn eigen bewegingen. Hij ontvouwt zijn ‘sound’, spelend op het toevallige, beperkte instrument waartoe hij veroordeeld is: zijn eigen lichaam, andermans gitaar.

Diego Gil

Text by Dirk van Weelden
Translated by Steve Green

I was once allowed to be present while a guitarist went in search of his own sound - on someone else’s guitar, with an unknown amplifier and using unfamiliar effects. He would never find it, he mumbled, because this was not his own guitar or set-up, but he could approximate it. For more than an hour he explored the relationships between the three components with his guitar, and mixed high, low and middle tones. He blended precisely the correct measures of echo, fuzz, sustain, compression and drive until he was satisfied. In that hour he concocted what amounted to an acoustic character. A sound that was a body. As unique as any body. A body waiting to become music. The notes and phrases that the guitarist had to play to construct his acoustic character in that hour were single chords and snippets of solos: riffs, abstract collisions of sound, experimentations with elements from assorted musical idioms.

It seemed to me that he told a story in that hour, even if it was a story without a plot. He explained something without reasoned argument. He revealed something without making a claim. It was the most beautiful music I had ever heard him play.

Moving his body in an empty, quiet space, Diego Gil describes his longing for a spatial, kinetic character. Just as with the guitarist, there are recognisable fragments: poses and gestures from silent films, martial arts, arguments, love, performance art and dance theatre. Piece by piece he constructs a character while the audience looks on.

The character that Gil yearns for can convey experiences, emotions and insights without having to become theatre, dance or symbolism; a body that can evoke a story without text and without plot. For one hour, Diego Gil is transformed into a four-dimensional sculpture assembled from his own physical being and his own movements. His ‘sound’ issues forth from the chance, limited instrument to which he is condemned: his own body; someone else’s guitar.