INNER HORIZON
(scroll down for English version)
Text by Gilles Boeuf
Je ligt op de bladeren in een bos. De zon schijnt. Je weet: het is september en het is midden op de dag. Je hoeft nog lang niet weg. Je armen liggen langs je lichaam, de zon schijnt op je handen en je ziet dat de kleur van je schoenen bijna overeenkomt met de kleur van de bladeren waar je op ligt.
Je ligt op een heuvel. De bladeren zijn zacht, je ziet de weilanden en de boerderijen in de diepte. Je ligt hier in het bos en ziet de rook uit de schoorstenen in de verte en alle lapjes grond tussen jou en de daken.
Wat heb je vaak hier gelegen en gekeken naar de lucht, gedragen door de verte die altijd om je heen was. Een grote boom midden in een weiland, de rijpe appels rondom gevallen in het gras.
Zoals je op de bladeren ligt, midden op de dag en een lauwe wind langs je vingertoppen voelt glijden, zo was het iedere keer. De zon scheen, de huid van je armen was wit. Je probeerde zo stil mogelijk te zijn.En terwijl je daar lag zag je de huizen en het zwarte paard heel klein naast een stenen schuur.
Je kijkt naar de takken van de bomen en ziet twee vogels die van tak naar tak vliegen. Dichtbij zijn ze en van een andere wereld. Je luistert naar hun onbereikbaarheid met gesloten ogen. De zon is warm en je vingers tikken zachtjes op de bladeren. De vogels raken steeds verder weg.
In het bos op deze open plek. Elk stenen muurtje tussen de weilanden markeerde een overgang. Je liep daar lang geleden. Door het gras van muurtje naar muurtje. Je zag de heuvels en het bos. De wolken die over trokken wierpen schaduwen op het gras.
Sierlijk dwarrelt een blad en vleit zich op je been. Je ligt zo stil. Je zou als een dier hier levenloos achter kunnen blijven. De bomen als getuigen van een vreemde overgang. De zon zakt zo langzaam, het is niet te zien en je denkt aan het graf van een hond. Begraven in het bos, het graf gemarkeerd met takken.
In de schuur rook het naar de appels van de boomgaard. De rijpe appels op stapels langs de muren. Nu ruik je het houtvuur van het dichtstbijzijnde huis. Je handen begraven zich onder de bladeren. Steeltjes prikken in je huid.
Het is alsof je hier altijd gelegen hebt. Op deze open plek met de bladeren onder je. Je spreidt je armen om weer een begin te maken. Daar zijn de vogels op een tak vlak naast je. Of het zijn andere vogels van dezelfde soort. Je volgt ze met je blik tot ze uit het zicht verdwijnen.
Met gesloten ogen luister je naar een tractor in de verte. Je probeert te horen bij welke boerderij het geluid hoort. Je voelt de aanwezigheid van de bomen om je heen. De bomen die hun plaats hebben en jij die hier ligt. De zon is al iets minder warm en tussen jou en de tractor is een zee van ruimte.
De hond werd dood in een weiland gevonden. Verzonken in zijn eigen wereld. Zijn vacht dof. Je groef het graf in het bos. Zijn onbereikbaarheid had een plaats gekregen. Je hoeft er niet meer heen te gaan.
Ergens in het bos is een kleine vijver. De bomen spiegelen zich in het water. Tussen de gevallen bladeren is de bodem zichtbaar. Je hebt daar vaak naar liggen kijken. Je liet je handen door het water glijden. Je vingers streelden de fijne modder van de bodem.
De tractor is gestopt met rijden. Een ver geluid. Markering van de verte waarin je altijd blijkt te liggen. Dichtbij hoor je kleine takken kraken. Een vogel die iets eetbaars zoekt. Het hoge gras rond de bomen lijkt steeds donkerder en donkerder.
Je armen liggen naast je lichaam. De schaduwen van de bomen zijn heel lang geworden. Het is zo’n langzame tijd. Het blad is van je been gegleden. Je hebt het niet gemerkt.
INNER HORIZON
Text by Gilles Boeuf
Translated by Steve Green
You are lying on leaves in a woods. The sun is shining. You know: it is September and it is the middle of the day. You do not have to leave for a long time yet. Your arms are lying at your side, the sun shines on your hands, and you see that the colour of your shoes is almost the same as the colour of the leaves on which you lie.
You are lying on a hill. The leaves are soft; far away you see the fields and farms. You are lying here in the woods and you see the smoke rise from the chimneys in the distance and the patchwork of land between you and the roofs.
How often you have lain here and looked at the sky, borne by the distance that was always around you. A large tree in the middle of a meadow, the ripe apples fallen to the grass.
In just the way that you are lying on the leavesin the middle of the day, feeling a warm breeze slipping past your fingertipsthat is the way it was every time. The sun shone, the skin of your arm was white. You tried to be as quiet as possible. And while you lay there you saw the houses, and the black horse, tiny beside a stone built barn.
You look at the branches of the trees and see two birds flying from branch to branch. They are near and they are from another world. You listen to their unattainability with closed eyes. The sun is warm and your fingers tap gently upon the leaves. The birds become more distant.
In the woods, in this clearing. Each stone wall between the meadows marked a transition. You walked there long ago. Through the grass from wall to wall. You saw the hills and the woods. The shifting clouds threw shadows on the grass.
A leaf swirls gracefully and nestles against your leg. You are lying so still. You could remain here lifeless like an animal. The trees; witnesses to a strange transition. The sun sinks so slowly it is imperceptible and you think of the grave of a dog. Buried in the woods, the grave marked with branches.
In the barn it smelt of apples from the orchard. The ripe apples in stacks along the walls. Now you smell the wood fire from the nearest house. Your hands dig themselves under the leaves. The tiny stalks prickle your skin.
It is as if you have always lain here. In this clearing with the leaves beneath you. You spread your arms to start again. There the birds are, on a branch right next to you. Or they are other birds of the same kind. You follow them with your gaze until they disappear from view.
With eyes closed you listen to a tractor in the distance. You try to discern to which farm the sound belongs. You feel the presence of the trees around you. The trees that have their place, and you lying here. The sun is already slightly less warm and there is a sea of space between you and the tractor.
The dog was found dead in the meadow. Submerged in its own world. Its fur dull. You dug a grave in the woods. Its unattainability had been given a place. You do not have to go there any more.
Somewhere in the woods there is a small pond. The trees reflect in the water. Between the fallen leaves the pond bed is visible. You have lain there and watched it often. You let your hands slip through the water. Your fingers stroked the silt that lay on the bed.
The tractor has stopped. A distant sound. A mark of the distance in which you always seem to lie. You hear twigs crack nearby. A bird looking for something edible. The high grass around the trees seems ever darker and darker.
Your arms lie at your side. The shadows of the trees have become very long. It is such a slow time. The leaf has slipped from your leg. You did not notice.
